CoP 03 – STEM en het lerend netwerk in kaart

Samenwerkingen en Bruggen bouwen

In deze samenkomst lag de focus op het afstemmen van de verwachtingen en verschillende mogelijkheden om in dialoog te treden en samen te werken verder af te toetsen.

De sessie werd opgebouwd vanuit een inzoommoment op STEM, om daarna een blik te werpen op hoe kunnen we een brug bouwen tussen STEM en gelijke kansen. Hiervoor werd ingezoomd op de website onderzoeksreflector, kwamen enkele concrete voorbeelden op micro-niveau aanbod, volgde een schets van mogelijkheden in de toekomst vanuit de lerarenopleiding, en werd ingezoomd op een bredere verkenning van mogelijkheden via een brainstormoefening.

DEEL 1: Een houvast voor STEM aan de hand van de website onderzoeksreflector.

www.onderzoeksreflector.be

De website is opgebouwd vanuit een keuzestructuur leeftijd (kleuter-, lager-, secundair onderwijs) en thema’s, nl. schaduw, water, voorbeweging, groei, constructie, vallen, warmte. Om in te zoomen op STEM en het debat te openen kon iedereen aan de slag met een prototype van de website. Vanuit deze verkennende oefening werd de discussie geopend om zo de visie en houvast rond STEM nog even vast te zetten. Hiervoor werden volgende richtvragen meegegeven:  Hoe zien jullie jullie zelf aan de slag gaan met het leerplatform?, Wat moeten we opnemen in de tutorial zodat de website een houvast kan bieden?, Hoe kunnen we het leerplatform ook inzetten voor STEM en gelijke kansen?

sessie 3 (2)Aandachtspunten uit de groepsreflectie

Kader is een element waarmee ze aan de slag kunnen gaan, maar het is daarbij essentieel om de kwaliteit van de filmpjes  ook te bewaken en dat voorbeelden van hoe het niet moet heel duidelijk gecommuniceerd worden.

  • Goed nadenken of er geen filmpjes inzitten waar men op een niet doordachte manier mee aan de slag kan. Dit omdat men zich vaak gaat baseren op het voorbeeld zonder het kader of de reflectieoefening erbij te lezen.
  • Goed nadenken of er geen voorbeelden inzitten waardoor gemotiveerde leraren afhaken, omdat dit niet strookt met hun visie op STEM-onderwijs.
  • Probeer er niet teveel van uit te gaan dat de gebruiker automatisch aan de slag gaat met beeld en tekst.
  • Het is en blijft belangrijk om te vetrekken vanuit betekenisvolle contexten en linken te bouwen naar de leefwereld van kinderen.
  • Reflecteren over activiteiten blijft een waardevolle oefening om eigen visie scherper te stellen en kansen te zien in de omge
  • Probeer na te denken hoe je de eerste stap kan zetten. Een reflectie-instrument kan voor velen een complex geheel vormen. Een denkoefening kan zijn, hoe kan dit geheel eerst eenvoudiger zijn om nadien in de diepte te kunnen graven. Bijvoorbeeld een oefening om eerst eens één eigen les STEMiger proberen te maken en dan nadien met het reflectie-instrument aan de slag te gaan.

Bestaat de mogelijkheid om de doelgroep van een activiteit aan te geven? (doelgroep is hier op niveau van de begeleider)

  • Vanuit de zoektocht naar ‘hoe kun je naar de activiteiten kijken en hoe kun je de bezoeker hierin gaan begeleiden?’ stelt zich de vraag naar hoe de site door de verschillende doelpublieken gebruikt kan worden en hoe dit aangegeven kan worden. Kan het met andere woorden helpen om aan te geven hoe verschillende profielen hiermee aan de slag kunnen gaan?
  • Een mogelijke suggestie kan zijn om een gradatie aan te geven bij de activiteiten op niveau van de leraar (veel of weinig ervaring met STEM)?
  • Een andere mogelijke suggesties is om op niveau van de activiteit te werken met een schaal?
  • Een bedenking hierbij is ook of scoren en toekennen van codes ook geen gevaren met zich meebrengt die we liever vermijden, want vaak gaat het over het verantwoord hanteren van de achterliggende ideeën en concepten in de eigen praktijk.

Even specifiek inzoomen met de blik van gelijke onderwijskansen

  • Zoals eerder aangegeven is het belangrijk te werken met betekenisvolle contexten en vanuit de leefwereld van het kind. Hierbij moeten we echter ook voldoende aandacht besteden aan het inbrengen van elementen die niet tot de leefwereld behoren van een aantal kinderen (naast het ook inbrengen van elementen uit hun leefwereld) om ervaringen op te doen. Het is dus een zoektocht naar hoe je ermee (betekenisvolle contexten of zelf iets binnenbrengen) kan omgaan, waarbij de beginsituatie van de klasgroep een bepalende factor is.
  • Wanneer je naar de risicofactoren kijkt als we nadenken over gelijke kansen en STEM, dan is het ook essentieel om telkens de kansen mee te nemen. Dit niet vanuit het oogpunt om gelijke kansen erbij te sleuren, maar om een meerwaarde te realiseren in beide richtingen.
    • Bijvoorbeeld: Voor anderstalige kinderen liggen er risico’s op het vlak van taal, maar dit is binnen het STEM-verhaal ook net een kans door de concreetheid van het ervaren van bijvoorbeeld materialen. (zie ook cop 02)
    • Bestaan er mogelijkheden om de taal ook vanuit een positieve insteek te gaan benaderen, zoals bijvoorbeeld in het verhaal van een anderstalige kleuter die het woord ‘parket’ kende en zo de andere kinderen mee op sleeptouw nam om hier verder mee aan de slag te gaan.
    • Misschien is het haalbaar om van de verschillende voorbeelden aan te geven hoe men gewerkt heeft aan de aspecten van bijvoorbeeld taal, diversiteit, gender, kinderen die STEM willen benaderen vanuit een praktische focus en minder cognitief, … (zie ook cop 01: kick-off, STEMsters) Hierbij denken we onmiddellijk aan het bieden van kansen tot differentiatie, STEM op een actieve manier aanbrengen, contextgericht werken,….
  • Het is ook zeer belangrijk om een duidelijk kader te geven waarom STEM een meerwaarde is voor gelijke onderwijskansen. Dus gaan omschrijven hoe STEM een kader kan bieden om te bouwen aan gelijke kansen. Belangrijk hierbij is vaak ook de moed hebben om met het ganse team STEM te gaan inzetten om de kinderen meer kansen te geven. Hierbij is het ook belangrijk om na te denken over de risico’s die een te enge focus op STEM met zich mee kunnen dragen:
    • Veel leerkrachten denken aan STEM – harde sectoren: Te weinig relevantie om meisjes en andere dingen aan bod te laten komen. We moeten hierbij naast het genderverhaal ook opletten dat door deze focus op de harde sector, het geen verhaal is van enkel ‘we willen meer ingenieurs’. Het is vooral belangrijk dat kinderen hun eigen interesses ontdekken en daarnaast ook de meerwaarde van STEM-onderwijs mogen ervaren voor hun persoonlijke ontwikkeling.
    • Een ander risico is de focus op STEM-onderwijs als elite-onderwijs. Het moet vooral blijven draaien om het begeleiden van kinderen en jongeren om doordachte keuzes te maken. Dus STEM voor alle kinderen: Van bij de aanvang rekening houden dat kinderen zich niet aangesproken voelen (Maximale toegang voor alle mogelijke doelgroepen): Vb. andere manier om kinderen aan te spreken. Dit door de input die je als leraar kiest.
  • Misschien kan het kader van universal design of learning inspiratie bieden.

 sessie 3 (7)

DEEL 2: Samenwerkingen (voorbeelden en mogelijkheden)

Huiswerkbegeleiding STEM activiteiten Uilenspel vzw – voorbeeld

In dit korte voorbeeld is een studente aan de slag gegaan om een brug te bouwen tussen een STEM-activiteit en taalstimulering binnen de huistaakbegeleiding. In samenwerking met Uilenspel ontwikkelde ze dus 2 STEM-activiteiten om in te zetten tijdens huistaakbegeleiding bij jonge kinderen. De activiteiten werden uitgetest door 2 huistaak-begeleiders en vervolgens geoptimaliseerd.

De waardevolle elementen die hierin naar voor kwamen waren:

  • probleemstelling gaan visualiseren zodat het kind begrijpt wat het probleem is.
  • Materialen gaan verkennen en bespreken van het materiaal wat we gaan gebruiken: ook linken met de eigen ervaringen.
  • Ervaringen gaan delen met de familieleden.

Het zit dus vaak in heel kleine dingen, die we meestal niet echt aan bod laten komen in gewone activiteiten – Die we binnen STEM wel niet doen.

Zo was haar probleemstelling bijvoorbeeld: er zijn 2 stukken fruit en ze wilde weten welke van beide stukken het zwaarst was omdat haar rugzak niet te veel mocht wegen.

Gesprekstechnieken in bij huiswerkbegeleiding – voorbeeld (Anne Priken)

De student hanteert volgende blauwdruk om STEM-activiteiten met aandacht voor taal te ontwerpen:

 

  • Talige instap, bv. verhaal
    • vraagstelling i.v.m. het verhaal
  • Probleemstelling:
    • vanuit het verhaal
    • extra visualisering, evt. ook de criteria
    • aanzetten tot verwoorden in eigen woorden
  • Materialen, benodigdheden:
    • herkenbaar en aanwezig in ieder gezin
    • vraagstelling: verkennen en bespreken (linken met eigen ervaringen)
  • Ontwerpen & onderzoeken:
    • vraagstelling: verwoorden van ideeën, handelingen, waarnemingen, bevindingen, …
  • Terugblik:
    • aanzetten tot delen van ervaringen met familieleden
      sessie 3 (5)

In dit voorbeeld haalt de student volgende elementen aan als essentieel om taal te stimuleren binnen STEM- activiteiten:

  • Prikkelende bewering vb. zaken zeggen die niet kunnen vb. boot kan vliegen, om te gaan prikkelen.
  • Tijd en ruimte geven
  • Vraag doorspelen
  • Beurt beschermen

Aandachtspunten uit de groepsreflectie

  • Is de term huiswerkbegeleiding goed gekozen?
  • Wanneer je de focus leg op huiswerkbegeleiding in de enge zin dan is dit het begeleiden van het meegekregen huiswerk. Is dit dan huistaakbegeleiding?
  • Daarom is het beter om te spreken over studieondersteuning of leerondersteuning. Dit omdat dan de focus ligt op het versterken van de thuiscontext met alles wat in relatie staat tot educatie. Hier liggen er wellicht veel kansen in.
    • Bijvoorbeeld de stap zetten naar de familie die onmiddellijk mee aan de slag gaat met de STEM-activiteiten en niet wachten tot het vertellen over de activiteit door de kinderen. Dit is op zich al een mooie stap, maar we kunnen nog verder gaan.
    • Een ander belangrijk element is ook dat je je ervan bewust moest zijn dat je ook talenten die je niet in een gewone klasaanpak ziet of kunt zien, aanspreekt bij kinderen. Een belangrijke opmerking hierbij is dat dit voor alle gezinnen een meerwaarde kan zijn, want vaak blijven vele talenten van kinderen onderbelicht.
  • Er liggen hier wellicht ook mogelijkheden in voor- en naschoolse opvang. (vrije ruimte nodig)
  • Daarnaast moeten we ons bewust blijven van het onderbelicht blijven van talenten door problemen op een ander domein die dit verhinderen. Dus kinderen met talenten kunnen eventueel niet gezien worden door het gebrek aan hulpmiddelen
    • Bijvoorbeeld kinderen met dyslexie zullen in kansrijke milieus wellicht sneller aan de hulpmiddelen geraken…
    • Dus nadenken hoe kunnen deze hulpmiddelen beschikbaar zijn voor iedereen en hoe sommige zaken in een klascontext vastgesteld kunnen worden. Op zich zou dit probleem zich dus niet mogen stellen door het wegnemen van de talige context.
  • Daarnaast is het uitermate belangrijk om ook binnen STEM naar verschillende profielen van kinderen te blijven kijken en ook te zien dat verschillende waardevolle profielen bij kinderen aanwezig zijn die een meerwaarde kunnen betekenen binnen een STEM-context.sessie 3 (6)

DEEL 3: Samenwerkingsmogelijkheden

Naast de samenwerkingen binnen het lerend netwerk, bestaan er zeker ook mogelijkheden om actief aan de slag te gaan met onze studenten.

Wie interesse heeft in een samenwerking kan contact op nemen met stephanie.vervaet@vives.be en kirsten.devlieger@arteveldehs.be

 sam

DEEL 4: uitwisselingsmoment als carrouselopzet in groepen of individueel

De ruimte werd opgedeeld in 5 eilanden waar de deelnemers telkens hun ervaringen/bevindingen/bedenkingen kwijt konden binnen een centrale thematiek van de hoek. In deze hoeken was ertelkens een inspiratieopdracht en/of materiaal aanwezig zijn. De deelnemers waren vrij om door te schuiven, te blijven bij één eiland of een deel van de eilanden te doorlopen.

Daarnaast was er ook een centraal punt aanwezig waar alles samengebracht kan worden in een padlet/groepsbrainstorm over de groepen heen.

 eilanden

 Aandachtspunten uit de oefening en de groepsreflectie

  • Verhaal van de school: Focus op Schoolbeleid bij integratie van STEM en gelijke kansen
  • Het belang van de ouders binnen het “STEM en gelijke kansen” verhaal
    meedoen / samen talenten ontdekken (ifv watervalsysteem – waar komt kind best tot zijn recht – talenten zien bij kinderen en in samenspraak met school). Het zou een bijdrage kunnen leveren om het watervalsysteem tegen te gaan.
  • Blijven inzetten op STEM als didactiek, en deze verfijnen, aanvullen ifv ‘gelijke kansen: Waar liggen kansen voor taalontwikkeling, talentontwikkeling.
    STEM niet zien als een ‘profilering’ of een ‘vak’.
  • Veel secundaire scholen zetten STEM in als richting. Het gaat hierbij dan meer om profilering. STEM moet meer gezien worden als een aanpak: Op die manier is het mogelijk om een kans te bieden om diverse talenten bij kinderen te ontdekken.
  • Hoe kijken naar talenten binnen STEM è beroepenhuis: didactische aanpak waarbinnen talenten centraal staan: Talentenlijst. lijst van 21 talenten, 10 zijn kerntalenten van techniek – (1e graad SO) – Inspiratie uit Duitsland: (Beruffe entdekker) – (Planet beruf) (Beruffe universum)
  • Brugfiguren – hoe kunnen we ze meenemen in ons verhaal? Sommige ouders geraken niet in initiatieven. – idee van kinderuniversiteiten decentraliseren (extra curriculaire activiteiten naar school brengen).
  • Omgevingsonderwijs: de buurt als expert. STEM in uw omgeving: kansen in omgeving gaan verkennen: D.w.z CONTEXTEN zien, ook heel dichtbij. De school is meer dan de school.
  • Techniekcoaches! Eén van de doelstellingen binnen STEM+ om hen ook te bereiken.
  • Bij ontwikkelingen rond STEM ook voldoende aftoetsen aan de STEM van de leerkracht in het denkproces. Nu zijn er amper leraren die naar de netwerken komen, hoe geraken zij op de hoogte van inzichten… Dit moet bewaakt worden.sessie 3 (8).jpg

 

Advertenties