CoP 09 – De buitenomgeving

School@platteland 
Jan Allegaert (Hogeschool VIVES) & Helena Vandekerckhove (Inagro)

Betekenisvolle/authentieke contexten staan centraal bij onderzoekend leren. Deze contexten blijken soms vergezocht of toch niet zo authentiek. Dit is anders in het geval van buitenonderwijs. In de buitenomgeving vind je per definitie authenticiteit.

De gewijzigde context

Was is de context van kinderen vandaag?

We kunnen veronderstellen dat er een groot verschil bestaat tussen de contexten van kinderen vroeger en nu.

Bijvoorbeeld vroeger brachten kinderen hun vrije tijd door op speelpleinen zoals Dadipark (vs. pretparken vandaag). In een dergelijke context leerden kinderen heel wat rond risico-inschatting, en ook wetenschappelijke inzichten (= opdoen van voorwetenschappelijke kennis) werden opgebouwd tijdens het spelen. Ook bewegen stond erg centraal. Kinderen ‘werkten’ ook vaak, bv. helpen op het land.

Dit lijkt een groot contrast met de huidige contexten. Risico’s worden uit de weg gegaan, waardoor kinderen dit niet meer zelf moeten leren inschatten. De actieradius van kinderen buiten toezicht van de ouder is erg verkleind (50 m). Tegelijkertijd wordt vastgesteld dat heel wat kinderen ‘teveel energie’ lijken te hebben op school.

Zijn er STEMmige gevolgen?

Vanuit buitenspel wordt de intuïtieve intelligentie van kinderen geprikkeld. Bijvoorbeeld: wanneer een kind wil glijden op een glijbaan, doet het ervaringen op rond bv. de invloed van wrijving, gewicht, houding, … op de (start)snelheid waarmee hij/zij kan glijden. Dit zien we ook in openluchtonderwijs, zoals in Duitsland, waar kleine kinderen op natuurlijke wijze messen leren hanteren.

We kunnen veronderstellen dat een tekort aan intuïtieve intelligentie een invloed heeft op wetenschappelijke/technische geletterdheid.

In de buitenomgeving gebeurt veel dat op STEM een grote invloed kan hebben …

Er is dan wel nood aan een coach, die de kinderen op dingen wijst, die hen aanzet tot het verwoorden van ervaringen bv. door vragen te stellen zoals wat doe je?, hoe voelt dat aan?, wat gebeurt er? …

Dit houdt in dat het belang moet erkend worden van buitenspel, bv. op de speelplaats als leraar evolueren van ‘toezichthouder’ naar facilitator van leerervaringen.

Vormen van buitenonderwijs

We mogen beseffen dat we in Vlaanderen al heel wat doen op scholen rond buitenonderwijs. Hierin liggen ook kansen voor STEM-onderwijs.

  • Omgevingsonderwijs:

Bijvoorbeeld leerwandeling, op zoek naar iets in het echt kunnen zien (betekenisvolle contexten). Meerwaarde is ook dat je doorheen de tijd verschillende keren naar eenzelfde plaats kan gaan (systematisch onderzoeken (Wat is er veranderd?, bv. het bos bezoeken in de herfst, maar ook in de winter en de lente)).

  • Natuurklassen – openluchtklassen:

Het voordeel is dat een aantal dagen wordt doorgebracht op eenzelfde locatie. Vaak gaat men dan ver van huis (bv. zeeklassen), maar de kans op ontdekking is niet recht evenredig met het aantal kilometer dat je van huis bent. We kunnen ook tenten opzetten in de tuin van de school, ook daar valt er immers nog heel wat te ontdekken en dat kan dan ook verdergezet worden na afloop.

  • Natuurklussen (bv. moestuinen, teeltkits, …):

Hier kan de focus liggen op systematisch onderzoeken (bv. worteltjes uitdunnen en niet). Er mag dan niet enkel aandacht gaan naar de resultaten (dus opbrengst via bv. opa die komt vertellen ‘hoe het moet’ – kinderen moeten de kans krijgen om zelf te ontdekken).

  • Buitenspel:

Dit uit zich bv. op de speelplaats. Het is belangrijk om te zorgen voor uitdagende omgevingen die kinderen kansen geven tot ervaringen. ‘Pimpen van de speelplaats tot ontdekkingsruimte.’ Hierdoor ontstaan niet alleen mogelijkheden voor STEM (bv. via reliëf) maar kunnen problemen rond verveling bij kinderen verdwijnen. Er zijn al heel wat initiatieven bij scholen, maar dit zou structureel aangepakt moet worden, bv. via normen voor speelplaatsen.

In buitenonderwijs staat natuur vaak centraal, natuur is het leerdoel. Maar de buitenomgeving kan ook ingezet worden om allerlei facetten te leren over het leven, zeker ook STEM.

Er hoeft ook niet noodzakelijk uitgesproken natuur te zijn in de buitenomgeving. Buitenonderwijs kan ook perfect in een stedelijke omgeving waarin de natuur minder centraal staat.

= outdoor education (openluchtonderwijs): buitenomgeving inzetten voor leerervaringen (cognitieve, sociale, motorische, … ontwikkeling

Leraren zouden hun agenda kunnen overlopen en kunnen kijken waar er mogelijkheden zijn om te werken via openluchtonderwijs. Dit betekent dat dit ook moet gedragen worden binnen de school.

Een voorbeeldje: wiskunde in de buitenomgeving, bv. een kilometer afstappen.
Een BP-student ging na welke deelgebieden van wiskunde buiten aan bod kunnen komen? Ongeveer 1/3 van wiskunde zou buiten kunnen gegeven worden. In het bijzonder: metend rekenen en meetkunde.

STEM en openluchtonderwijs

In de buitenomgeving kunnen we kansen orkestreren, maar er liggen ook leerkansen voor het grijpen, bv. op de glijbaan.

Voorbeelden van openlucht locaties zijn boerderijen. Op een boerderij gebeuren allerhande zaken die verband houden met STEM. Kinderen worden aan het ‘werk gezet’ en komen zo in aanraking met elementen van STEM. Voorbeelden:

  • drinkemmers van kippen vullen
    > nadenken over luchtdruk
  • moestuin: 200 regenwormen nodig per m². Hoe weten we of dit het geval is? Moeten we 1 m² omwoelen of kunnen we ons beperken tot een kleinere oppervlakte? En hoe zit het dan aan de andere kant van de akker?
    > nadenken over aanpak (bv. stalen nemen), gemiddelden berekenen, …
  • kuilvoer: voor hoeveel weken is er kuilvoer voor 80 koeien?
    > berekeningen maken, maar ook nadenken over andere mogelijke oplossingen (bv. iedere week een streepje plaatsen om over de weken heen een beeld te krijgen van het minderen van het kuilvoer).
  • vrije uitloop eieren: heeft iedere kip daadwerkelijk 4 m² ter beschikking?
  • proeftuintjes: op de akker werken we resultaatsgericht (oogstopbrengst), maar in proeftuintjes wordt de invloed nagegaan van meststoffen, uitdunnen, …

In het project worden de kinderen aangezet om dezelfde taken iedere week opnieuw uit te voeren. Zo kunnen ze steeds meer details ontdekken.

Leerkansen worden georkestreerd, maar ook op natuurlijke wijze komt STEM aan bod op een buitenlocatie zoals een boerderij. Als leraar moet je deze kansen zien en erop inspelen.

Openluchtonderwijs en andere kansen

Gezondheid en fysieke ontwikkeling (bv. kuilvoer afdekken is fysiek werk voor de kinderen), welzijn (zelfvertrouwen, veerkracht, …), leervermogen en concentratie (op langere termijn leren), duurzaam leven (band opbouwen)

Het project School@platteland

Het project is ontstaan vanuit een bachelorproef op één boerderij. Het project groeit nog steeds: verschillende financieringskanalen, toenemend aantal locaties (boerderijen, maar ook provinciale centra zoals Palingbeek).

Deelname kost 1500 euro. De verplaatsing naar de locatie gebeurt steeds met de fiets.

Locaties worden gescreend op:

– kansen voor fysieke buitenactiviteiten
– kansen voor realisatie van eindtermen
– kansen voor persoonlijke en sociale ontwikkeling

Hoe verloopt het project: een klas uit de 3de graad bezoekt 10 weken lang een zelfde locatie gedurende een halve dag waarbij 2 activiteiten aan bod komen. 1 activiteit wordt verzorgd door de leraar, een andere activiteit door de gastheer (landbouwer, medewerker, …) ter plekke.
> Stevig engagement van alle actoren!

Een databank zal binnenkort beschikbaar zijn met draaiboek, lesmaterialen, praktische documenten, … Ook de didactische aanpak zal online verduidelijkt worden via de website http://www.stemmigebedrijvigheid.be (nog onder constructie).

Opmerkelijke vaststelling: de omgeving maakt het mogelijk om minder talig te werken. Er wordt samen aan taken gewerkt.

Belangrijk: communicatie met ouders: verduidelijken waarom de school inzet op school@platteland.

Aandachtspunt: voldoende aandacht geven aan ‘het werken’ op de locatie en niet enkel theorie geven (ca. 1/3). Dit is een valkuil bv. voor de gastheren (cfr. gidsbeurt geven versus STEM-onderwijs).

Er blijkt veel begeleiding nodig voor de leraren en de gastheren … de databank alleen lijkt onvoldoende. Er is nood aan intensieve begeleiding, bv. na 5 weken vindt een reflectie plaats met alle betrokken actoren
> Hoe kunnen we dit op lange termijn blijven bolwerken?

Uitdagingen?

  • Uitbreiding naar stadsscholen – Welke locaties zijn geschikt?
  • Wachtlijst van scholen
  • (Belang van) onderzoek – Is er sprake van effectiviteit?
    Op die manier kunnen we misschien meer wegen op het beleid …
  • Curriculumbinding (en financiering) – Wat gebeurt er na afloop van de projecten?

Hopelijk blijven scholen verder doen, maar opstarten van nieuwe locaties wordt dan vermoedelijk een brug te ver …

Er is nood aan structurele ondersteuning, zoals bv. farm schools in UK.

STEM & Movement
Isabel Tallir (& Thomas remerie) (Arteveldehogeschool)

Schets van het project

Internationaal project (co-financiering), samenwerking met Noorse Universiteit Stavanger.

Doelgroep: kleuteronderwijs.

Onderzoeksvragen:
– Beginsituatie in België en Noorwegen (2 verschillende contexten)?
– Hoe kunnen we good practices samen met leraren vormgeven waarin STEM en beweging geïntegreerd aan bod komen?
> Op zoek naar coachingstrajecten voor leraren om binnen hun eigen context aan de slag te gaan met STEM en beweging.

Onderzoeksmodel: Educational design research
– Leraren helpen meebouwen aan de coachingstrajecten
– Op zoek naar design principes: Wat werkt er? Hoe moet een vorming ervoor leraren zien?

Opbouw van het project:
– Verkennende fase (o.a. afstemming tussen partners)
– Try-out fase
– Framework

Vier deelnemende scholen in Vlaanderen.
Opmerkelijk: enkele verschillen met Noorse scholen: minder ruimte, minder groen, meer kinderen per begeleider

Integratie van STEM & beweging

Wat bedoelen we hiermee? Vertrokken vanuit verschillende perspectieven, bijvoorbeeld vanuit WERO-bril: het probleem van een rivier oversteken leidt tot bv. het bouwen van een vlot.

Er moet daadwerkelijk sprake zijn van meer kansen tot bewegen, zonder dat dit erbij komt. Dus bewegen als leermoment (bv. verschillend van tussendoortjes) wordt vooropgesteld.

Vertrokken vanuit de werkelijkheid op school: Heel vaak blijkt er sprake te zijn van fijnmotorische activiteiten. Dus project wil inzetten op grootmotorische ervaringen. Ook motivatie voor beweging.

Ook voor STEM moet er sprake zijn van een leermoment. Hierbij speelt een probleemstelling een cruciale rol.

Dus: context aanreiken waarbinnen kinderen spontaan tot bewegen en STEM geprikkeld worden. Leren op gebied van STEM en leren op gebied van bewegen, en misschien zelfs meer!

Conceptual framework deel 1

Principes die cruciaal zijn om van integratie te kunnen spreken

  • Natuurlijke leefwereld van het kind (bv. buitencontext rond de school ≠ rivier oversteken)
    > context die er sowieso is, en die maken we groter dan de klas. De kinderen geraken geprikkeld en vandaaruit gaan we aan de slag!
  • Fysiek uitdagende omgeving (bv. helling opgeraken): al bewegend komen we tot een probleemstelling (iets overwinnen, of oplossen)
  • Kind = active meaningmaker: het kind beslist en geeft aan wat hem/haar boeit.
  • Leraar = interactor and guide
    > aanzetten tot samenwerken, ervaren van mogelijkheden, vragen stellen

Als leraar observeer je de kinderen en speel je in op wat er gebeurt (zie voorbeeld van de glijbaan à voorzichtig naar beneden schuiven).

Opdracht uitgevoerd samen met leraren van de betrokken scholen: bolderkar op steile berg boven krijgen.
> Opmerking: georkestreerde probleemstelling, bij kinderen de bedoeling dat een probleemstelling spontaan, al bewegend, ontstaat.

Conceptual framework deel 2

Streven naar een doorgedreven integratie van STEM en beweging.

Waarnemen van omgeving: Welke mogelijkheden zie je voor STEM? En welke voor beweging?

Beweging:
– Kan ik hier bewegen – hoe en wat er gebeurt er dan?
– Kan ik hier een voorwerp in beweging brengen?
– Beweegt er iets?

STEM:
– Wat trekt mijn aandacht, waar ben ik door verwonderd vanuit de 3 bewegingsvragen?
– Wat vraag ik mij af vanuit de 3 bewegingsvragen?

Voorbeeld: klimplant
– Hoe kunnen we zelf klimmen?
– Hoe houdt een plant zich vast?
– …

Welke knowhow hebben we als leraar nodig om hiermee aan de slag te gaan?

We moeten rekening houden met de verschillende achtergronden van leraren (bewegingsleraren, klasleraren). Is er bij hen nood aan achtergrondinformatie (geletterdheid) omtrent zowel beweging als STEM? In de coaching willen we leraren actief aan het denken zetten over beide componenten, bijvoorbeeld via reflectiedagboek.

Beweging wordt soms te eng benaderd. Het gaat ook over veilig en gemotiveerd bewegen. Het gevoel dat we het beheersen. Bijvoorbeeld: wie niet goed fietst, fietst niet graag … > vicieuze cirkel.

Aandacht gaat ook naar de spelcomponent: Hoe de kracht van spel benutten?
> Spel benoemen als expliciete component (vrij en genormeerd spel).

Voorbeeldactiviteit

  • Wegenwerken tijdens een wandeling in het kader van carnaval prikkelen kleuters
  • Stenen/takken spreken de kinderen aan …
    > Waar vinden we stenen? Hoe kunnen we stenen/takken transporteren? …
  • 3 weken lang stenen/takken op de speelplaats vanuit het bosjes naast de school
    – het leeft echt bij de kinderen tijdens hun spel (heffen, dragen, trekken, …)
    – gaandeweg gegroeid, bv. ook door materialen toe te voegen
    – van daaruit allerhande activiteiten: sorteren, bewegingsparcours aanleggen, elke dag nieuwe ideeën bij de kinderen (bv. hutten bouwen)
    – ook transfer naar andere activiteiten dan STEM en beweging, bv. muzische.

Discussiepunten

De sleutel ligt in het vrij zijn als leraar. Nood aan coaching van leraren om te durven loslaten …

Niet alle leraren zijn even bezorgd over de bewegingskansen van de kinderen? Aparte leraar beweging zinvol of niet? Hetzelfde kan ook gesteld worden voor STEM. Hierin schuilt een uitdaging voor het integratie-idee van STEM en beweging …

Locatie de STEMpel (basisschool de regenboog)
Wesley Vanbavinckhove

Geen technieklokaal, maar een onderzoekscentrum voor de kinderen. Flexibiliteit staat centraal. De kinderen hun zelfstandigheid wordt geprikkeld.

14725387_10153884648811723_873336331_o

Aanpak op schoolniveau: 1x in de maand verplicht voor iedere klas, maar heel wat klassen komen vaker. Ook kleuterklassen komen steeds vaker, terwijl oorspronkelijk gedacht werd dat deze locatie niet geschikt zou zijn voor hen.

Een STEM-coördinator zorgt voor de nodige begeleiding van de leraren.

Betrokken leraren dromen van een klaslokaal zoals de STEMpel.

Voorbeelden: uitwerking project Egypte (Hoe bouwen we piramiden? Hoe maken we hiërogliefen?, …), ontwerpen van de stoomboot van de Sint door 3de kleuter en 1ste leerjaar …

 

Advertenties