CoP 08 – Ervaringen buiten de school(m)uren.

Tijdens deze samenkomst van de lerende gemeenschap kwamen 2 getuigenissen aan bod van STEM buiten de (school)muren waarin we inzoomden op de kansen van de informele context om STEM-gericht kinderen te begeleiden. Daarnaast was er een brainstormsessie rond de werking van Technopolis en een nieuw bordspel vanuit Cartamundi.

20170316_090530.jpg

Luik 1 – Kinderlabo’s en de kinderuniversiteit als schakel binnen het wetenschapscommunicatiebeleid – Jozefien Schaffler en Eline Comer Arteveldehogeschool

  1. Beeld van de middelen wetenschapscommunicatie

Wetenschapscommunicatie is ontstaan binnen de als een samenwerking binnen de  associatie Ugent. Hieronder geven we een schets weer van de contextfactoren van deze werking.

  • De doelstellingen die men nastreeft met deze middelen zijn terug te koppelen aan 6 ruime strategische doelstellingen binnen convenant wetenschapscommunicatie 2013-2017. Deze focussen bijvoorbeeld op acties voor kansengroepen en toptalenten, STEM-instroom verhogen in hoger onderwijs.
  • Bijkomende doelstellingen zijn terug te vinden in het beleidsplan wetenschapscommunicatie van Minister Muyters. Deze zijn nog meer STEM-gericht:
    • STEM-studierichtingen instroom verhogen
    • Draagvlak STEM disciplines verhogen
    • Meer STEM-onderzoek
    • Beginsituatie Arteveldehogeschool waarin er geen harde STEM-richtingen aanwezig zijn. Daarom ligt de focus binnen de Arteveldehogeschool op STEM-educatie, waarbij de 3 lerarenopleidingen een centrale rol opnemen.
  • Initiatieven
    • Wetenschapscafé in Brugge, Gent en Kortrijk waarbij telkens 2 onderzoekers in debat gaan met en een moderator. De onderwerpen kunnen zeer divers zijn. Vb. Autisme of gender
    • Kinderuniversiteit: altijd op zondagvoormiddag aan een unief of hogeschool.
      • Deelnemers per universiteit: 100 tot 250 deelnemers
      • Focus doelgroep: basisschool
      • Eerst auditoriumsessie gevolgd door workshops
      • Bij de start waren dit docenten en jobstudenten en nu zijn dit vooral de studenten in kader van onderwijsopdracht.
    • Wetenschapsfestival
      • Bezoekers 1000 à 2000 bezoekers
      • Op de dag van de wetenschap, waarbij de volledige dag workshops, lezingen,.. doorgaan
      • Workshops worden door de studenten verzorgd in kader onderwijsopdracht
    • Onderzoeksdag
      • Vorming rond communicatie voor onderzoekers
    • Wetenschapsacademie
      • In samenwerking met de lerarenopleiding bachelor in het onderwijs: lager onderwijs
      • Doelgroep: 9 tot 12 jaar
    • Kinderlabo
      • In samenwerking met de lerarenopleiding bachelor in het onderwijs: kleuteronderwijs
      • Doelgroep: 5 tot 7 jaar
    • Vlaamse wetenschapsweek
      • Workshops aan de Arteveldehogeschool voor het lager- en secundair onderwijs
      • Doelgroep: lager en secundair onderwijs
      • 1000 leerlingen
    • Workshops wetenschap en techniek op Gentse scholen
      • Workshop en data waarom studenten beschikbaar zijn om workshop te gaan geven in de scholen
      • Scholen tekenen in om de studenten op hun school de workshops te laten geven.
    • Website jongeontdekkers.be
      • Activiteitenfiches van alles wat in workshops aan bod kwam, zodat leraren er ook zelf mee aan de slag kunnen gaan.
  1. Doelpubliek reflectie

Het probleem dat vaak naar voor komt bij alle initiatieven is het bereiken van een te éénzijdig publiek. Dit kwam vooral naar voor bij de kinderuniversiteit

Vanuit deze vaststelling werden 2 initiatieven genomen:

 

  • Een samenwerking gaan opzetten met VZW jong (organisatie die inzet op betrokkenheid van kinderarmoede)
    • Oplossing was dat een medewerker van VZW jong de jongeren gaat ophalen om hen te brengen naar de kinderuniversiteit
    • Er zijn ook plaatsen vrijgehouden voor VZW jong, en er moeten door hen ook op voorhand geen namen doorgegeven worden. Ze geven een richtgetal door, maar het is geen probleem als hier van afgeweken zou worden
  • Naar de scholen zelf toestappen met activiteiten
    • Activiteiten gaan verzorgen tijdens de schooluren door studenten op basis van een workshop aanbod voor scholen.

 

  1. Werking Wetenschapscommunicatie: aandachtspunten
    Hieronder lijsten we even een aantal aandachtspunten op waardoor wetenschapscommunicatie een duurzaam element kan blijven.
  • Inzetten op enthousiasme van studenten
  • Vasthouden aan wat loopt, continuïteit maar verder bouwen
    Innovatie binnen wetenschapscafé vb.: Podcast, Tekenaar die getekend verslag maakt
  • Bijsturen om ook meer ouders te betrekken

Vb. Opvang voor ouders tijdens kinderuniversiteit

  • Workshops kunnen op de verschillende evenementen terugkeren

 

  1. Inzoomen op Kinderuniversiteit en Kinderlabo’s
    Deze zijn ontstaan vanuit de vraag hoe kunnen we andere doelgroepen konden bereiken. M.a.w Hoe we kinderen het verhaal van onderzoekend leren mee konden geven, ook als het niet in hun klas aan bod komt. Dit riep onmiddellijk echter ook de vraag op of de kinderen op zich de hoofddoelgroep zijn van activiteiten van de hogeschool. Net daarom werd van bij aanvang ingezet op de leerervaringen van kinderen en studenten bachelor in het onderwijs: kleuteronderwijs. Dit ook om de transfer te maken van de informele context naar de formele context en de kansen van beiden door studenten te laten benutten. De kinderlabo’s zijn ontstaan vanuit de opgebouwde inzichten en kennis in onderzoeksprojecten. Startende vanuit projecten rond gezondheidsbeleid, techniek, onderzoekende houding en nadien STEM. Het basisboek waar de studenten zich op baseren bij de uitwerking van de activiteiten is Jonge kinderen, grote onderzoekers. Meer informatie kan je hier

 

  • Organisatie Kinderlabo’s
    • 1 docent die studenten gaat ondersteunen om met de kinderen aan de slag te gaan.
    • In het kader van keuzestage van de studenten (3de jaars studenten)
      • In keuzestage onderzoekende context, waarbij de focus voor de studenten er vooral op ligt om te gaan begeleiden vanuit het stimuleren van de onderzoekende houding.
      • Kan ook in andere onderzoekende context, waarbij de beoordelingscriteria voor alle keuzestages gelijk zijn. In keuzestage zijn er naast algemene doelen ook de eigen gekozen doelen van de student.
      • Inzoomen op communicatie met ouders staat daarnaast ook centraal.
    • Evaluatie: mondeling examen (mondeling examen op basis van SMART-methodiek)
      • Timing:
        • docenten gaan onderwerpen schetsen
        • alle studenten bereiden 5 activiteiten voor en geven ze elk 2x (laatste 2 weken van augustus)
      • Voorbereidingsproces studenten in beeld
        • Mei: studenten kiezen top 3 keuzestages
        • Juni: selectie van mogelijk materiaal in samenspraak met de studenten die eerste blauwdrukken van activiteiten proberen te voorzien door een groepsbrainstrom.
        • Juli- augustus: uitwerking activiteiten en feedback door docent
        • Augustus kinderlabo’s vorm geven
      • Rol van de docent
    • Voorbereiding samen
    • Ondersteuning ter plaatse
    • Collega docent in de rol van beoordelaar (mondeling examen op basis van SMART-methodiek en hun portfolio keuzestage)
    • Dagelijks terugblik gesprek in de groep met de studenten
    • Op einde van de week een individueel terugblik gesprek met de studenten.
      • Ondersteuning wetenschapscommunicatie
    • Aanmaak website
    • Inschrijvingen organiseren
    • Budget voorzien
      • Voorbeeld-dag kinderlabo: een dag werken rond ijs
        • Basisstructuur van de dag : opvang – onthaal in de volledige groep –onderzoekjes in kleine groep – Voldoende tijd voorzien voor een terugblikgesprek met de kinderen
        • Welke onderzoeken kwamen aan bod: onderzoeken hoe je ijs zo snel mogelijk kan laten smelten (haardroger, blazen rietje…), hoe bouw je een stevige toren van ijsblokjes? (klei, lijm, behangerslijm,…), hoe breek je ijsblokken?
        • Belangrijke element tijdens het proces is ook om kinderen te laten leren van elkaar, ook door het observeren van elkaar. Dus niet alleen nadien tijd voorzien om hun proces en product te delen, maar dit ook tussendoor toelaten.
  1. Organisatie Kinderuniversiteit
    • Breder publiek aanspreken in vergelijking met de kinderlabo’s.
    • Er wordt steeds vertrokken vanuit een centrale thematiek. Bijvoorbeeld fantasie als vertrekpunt bij het werken rond vulkanen. Dit vanuit het boek ‘Max en de toverstenen’ van Marcus Pfister waarbij nadien veel materialen aangeboden worden om mee aan de slag te gaan.

 

  1. Andere bronnen

 

Luik 2 Odifiks: STEM academies voor kwetsbare jongeren – Jelle De Schrijver en Jan Sermeus Odissee Brussel

STEM-academies in Brussel waarbij we focussen op de kansarme kinderen. Hiervoor hanteert men een eigen systematiek, methodiek en model dat vertrekt vanuit eerdere ervaringen met filosoferen voor kinderen.

  1. Opstartoefening – filosofisch gesprek

 1

  • Ja?
  • Waarom?
  • Omdat hij verandert.
  • Nee, want hij verandert door ander leven.
  • Nee, want hij zal gekwetst worden.
  • Vanaf het moment dat je rot, leef je niet
  • De zaadjes leven wel
  • Omdat je wil groeien tot een boom, leef je…
  • Kan je leven in iets dood?
  • Dus zodra je begin en einde hebt, leef je…
  • Ales je aan het sterven bent, leef je…
  • Denkt de appel? Kan je dan leven?…
  • Hoe weet je dat de appel niet denkt?
  • Hij leeft omdat als ik ervan eet, ik er energie uit haal.
  • Leeft een biefstuk dan ook?
  • ….
  • Wat kunnen we nu doen om opties/hypothesen na te gaan?
  • Is er verandering? à komt er een moment dat er geen verandering meer is
  • Appel openen à zo komen er nieuwe vragen

2

  1. Schets van bedoeling en opzet van dit vertrekpunt bij de werksessie met de kinderen
  • Men vertrekt vanuit een filosofische vraag om een aantal ideeën over concepten bij kinderen uit te lokken. Op zich is het zo dat deze ideeën altijd naar boven komen, los van de context. Dus onafhankelijk van de voorkennis van kinderen, kan je als begeleider inschatten welke aspecten naar voor zullen komen. Hierin zijn we op zoek geweest naar het concept ‘Wat is leven?’ In het begeleiden kom je als gespreksleider inhoudelijk niet tussen, om hierdoor het gesprek niet stil te leggen.
  • Je kan de vragen in een bepaalde richting houden door te sturen, te parafraseren en door te geven aan de groep.
  • Als gespreksleider kan je ook redeneerfouten begeleiden. Vb. alle appels leven dus als het leeft is het een appel.
  • Trainen in het denkvermogen
  • Welke vragen kan je stellen: Waarom-vragen / weet je dit of denk je dit? / Wat is het belangrijkste? / Wie heeft er een andere verklaring? / Wil je nog iets toevoegen? / Kan je een voorbeeld geven? / Wat kunnen we concluderen?
  1. Filosofisch dialoog in STEM-klas

 3

 

  • Concept: leeft een appel?
    • Denkvermogen stimuleren en de vraag zal nooit beantwoord kunnen worden. Deze vraag blijft hierdoor ook onvervuld en dus ook steeds voeding geven.
  • Ethiek: Mag ik een bom uitvinden?
    • Inzoomen op gedachten rond maatschappelijke elementen
  • Nature of Science: Wat is het verschil tussen een wetenschapper en een tovenaar?
    • Wat zijn we aan het doen als we aan wetenschap doen?

 

  1. Impact van het filosoferen
  • Filosoferen stimuleert
    • Argumentatievaardigheden
    • Motivatie
    • Onderzoekscompetenties
  • Quotes: “Het is fijn om in woorden te spreken over wat we gewoonlijk als formules en symbolen kennen” of “ik was verbaasd de jongen zo actief te zien, in de les is hij onverschillig en het ziet er niet naar uit dat hij zal slagen voor dit vak”.
  • Je spreekt ook andere profielen van leerlingen aan, dus het is nuttig als bijkomende input en om leerlingen te stretchen uit de comfortzone of anderen net daarin aan te spreken.

 

  1. STEM geletterdheid voor iedereen in een grootstedelijke context
  • Opvallend: het is niet omdat je taalarm bent dat je niet kan filosoferen. Zo is het bijvoorbeeld dat je door een woord vanuit deze verschillende hoeken te bekijken, kinderen het woord meer in context leren begrijpen. Op zich is het ook niet erg dat men meer tijd neemt om te spreken tijdens dit gesprek, net omdat het geen juist/fout gesprek is. Bijkomend maken ze ook connectie met lichaamstaal.

 20170316_112319

  1. STEM-3D in beeld

4

De workshops voor de kinderen zijn opgebouwd aan de hand van volgende aspecten:

  • Workshop voorbeeld: Kan water verslijten?
    De socratische houding staat doorheen het volledige proces centraal. Dus de cyclus: filosofisch gesprek – vrij experimenteren – sappige vragen – onderzoek/ontwerp – rapportering komt aan bod en kan vrij doorlopen worden.
  • Opstart filosofisch gesprek adhv een probleem of vraag
    • De startvraag is prikkelend, filosofisch van aard en kan komen uit een probleemstelling (vb. mijn schoen verslijt,… maar kan water verslijten?)
    • Hierin komen een aantal concepten naar voor vb. deeltjesmodel, vervuiling, …
    • Alle antwoorden zijn goede antwoorden
    • De dialoog gebeurt in een open sfeer
  • Thinkering
    • Dit betekent: een eerste keer aan de slag met materiaal.
    • Het materiaal is divers, low-cost, veel. Neem materialen die ze ook thuis kunnen hebben, zodat ze er later ook thuis mee verder kunnen.
    • Materiaal ligt klaar aan een tafel en daar gaat men mee aan de slag
    • Het materiaal is verzameld vanuit het idee van de begeleider, maar dit is niet waar de kinderen moeten uitkomen
    • Hier is er geen vergelijking van materiaal zelf, maar is het ook de doelstelling om het materiaal te leren kennen.
  • Sappige vragen (klokhuis – wetenschapsknooppunt zuid Delft)
    • Een sappige vraag is een onderzoekbare/ontwerpbare vraag/idee met het materiaal op de tafel, waarvan niemand aan de tafel het antwoord weet/weet hoe het in elkaar zit.
  • Onderzoek en ontwerp (wazig voorgesteld voor studenten, omdat ze de stappen niet letterlijk zouden gaan volgen)

5

6

  • Mini-congres:
    • wat heb je geleerd?,

Vraag – Observatie – Interpretatie – Besluit

  • wat heb je gemaakt?,
    Wat is het idee?, Kan je nog aanpassen?, Maken van een finale versie. Verbeteringen?
  • Het mini-congres is sowieso kort. Elke tafel presenteert zijn antwoord/ontwerp (waarneming is hierbij niet gelijk aan vaststelling en observatie is niet gelijk aan interpretatie)
  • Dan terug naar oorspronkelijke vraag: Kan water verslijten?
    • Er zijn wellicht nog steeds veel vragen.. Maar dat is ok. Er zijn zeker ook nieuwe inzichten naar boven gekomen.

Samengevat:

7

Community service learning

  • Alle studenten lager en secundair onderwijs werken in groepen van 4, waar de studenten in 3 scholen workshops gaan geven op woensdagnamiddag.
  • Zit in een olod en in scholen op woensdagnamiddag.
  • Echt focus op kansarmoede groepen.
  • Leraar is ook aanwezig.
  • 4 studenten, docent, leraar en streefdoel van 20 leerlingen
  • Materiaal blijft nadien op de school
  1. Feedback
  • Misschien beter cijfers en pijlen wegnemen in het model
  • Binnen ethische thema’s helpt het ook om minder weerstand te hebbend door vanuit filosofische gesprekken en socratische houding te werken
  • Posters komen in de toekomst over een aantal topic die aanbod zijn gekomen in de sessies met de kinderen. (verkrijgbaar vanaf september 2017)

20170316_112345.jpg

Luik 3: Gesprek Technopolis

Op vraag van technopolis werd een digitale vragenlijst afgenomen bij de leden van het lerend netwerk. Aanvullend hierop werden een aantal vragen voorgelegd. Hieronder vinden julllie een beknopt verslag van wat hierin naar voor kwam.

 

  1. Wat is de indruk over Technopolis zoals het nu bestaat?
  • Moeilijk om overzicht te behouden bij het uitvoeren van de experimenten ter plekke
  • Veelheid aan indrukken waardoor ze soms weinig echt zagen
  • Overprikkeling, de gerichtheid is soms beperkt

 

  1. Hoe verbeteren?
    • Thematische uitwerkingen, met voor- en natraject voor de leerkracht
    • Isolatie in functie van geluidsoverlast
    • Meer afgeschermde ruimte
    • IKEA-route, kleurenroutes…

 

  1. Hoe leraren helpen bij voorbereiding?
    • Ofwel prikkel en dan mee verder gaan = inbedden in longitudinaal traject
    • Ofwel voorbereiden en verdiepen = inbedden in longitudinaal traject
    • Digitale rondleiding vooraf aan leraren bezorgen
    • Nazorg voor leraren?: helpdesk
    • Kit met materialen

 

  1. Waar moeten we in de toekomst ons gaan focussen?
    • STEM-integratie
    • Betekenisvolle contexten, linken aan realistische context. Dit zou helpen met het thematische.
    • Proefjes op website herbekijken vanuit STEM-bril.
    • Leraar mee met de kinderen laten ervaren en vandaaruit eventueelgaan coachen. Tijdens het bezoek is het belangrijk om de leraar bij de kinderen te houden. Betrokkenheid stimuleren. Leerkracht neemt zelf het voorbeeld.
    • Technopolis komt naar centrale locaties in de provincie en doet een aanbod -ingebed in een interessante thematiek. Leerkrachten kunnen met hun klas daar naartoe, mits integratie in longitudinaal traject.
    • Vraag: hoe omgaan met kleine groepen in bijzonder onderwijs en eventueel aangepaste prijssetting. (kostprijs workshop)
    • 1 vrije toegang bij begeleider, in buitengewoon onderwijs omdat er meer begeleiders mee moeten.
    • Meer investeren vanuit thema’s en minder vanuit basisopstellingen.

 

  1. Pedagogisch-didactisch?
    • Lerende netwerken opvolgen
    • Samenwerking met hogescholen

 

  1. Wat zou je direct veranderen in Technopolis?
    • 2de locatie of meerdere centrale locaties waar er tijdelijk een aanbod is
    • Themakoffers
    • Actualiteit
    • Mechanisme van de werking zien: zelf gaan bouwen, …

Luik 4: Hybride Bordspel STEM Cartamundi

Op vraag van Cartamundi werd hun concept voor een STEM hydbride bordspel voorgesteld. Dit met het oog op het verzamelen van feedback. Hieronder kunnen jullie een beknopte weergave vinden van het opzet.

Basisopzet

  • Ontwikkeling van een STEM bordspel met ondersteuning van VAF
  • Hybride bordspel rond STEM (digitaal en fysiek)
  • Spelen in 4 groepen

Doelstelling

  • Inhoud linken met eindtermen/leerplannen
  • Werkdruk verlagen leraren
  • Voorbereidingen middelbaar
  • Leerrijk, fun en herspeelbaar
  • Doelgroep 10-12 jarigen

Vraag naar lerend netwerk

  • Weinig expertise rond het onderwijs binnen het team.
    Hoe kunnen we beter inspelen op het onderwijs?

Voorstelling Spel- schets

  • Tablet als centraal element, waarbij hij het spel aanstuurt en wat kan erbij betrokken worden

20170316_092254.jpg

Feedback op het spel

Het STEM-verhaal werd vooral uit de doeken gedaan en bzorgdheid werd geuit om het spel niet te herleiden tot het doen van ‘proefjes’ waarmee je dan ‘iest’ kan veridenen, maar vooral in te zetten op het geïntegreerde aspect van STEM en te werken vanuit authentieke probleemstellingen die opgelost kunnen worden door integratie van de 4 STEM componenten. Het is dus belangrijk dat de STEM filosofie duidelijk in het spel zit.

 

Advertenties