CoP 07 – (Leer)contexten

Luik 1: Inzoomen op leercontexten vanuit een blik op het kleuteronderwijs – Lieselot Verdonck

boekje

De context die hier gebruikt wordt ontstaat vanuit een prentenboek over een giraf die een cadeautje krijgt van zijn vriend ‘het schaap’. Het boek ‘De verrassing’ van Sylvia van Ommen gaat over een schaap dat zich scheert, haar wol verft en er een trui voor giraf van breit.

Heel wat prentenboeken omvatten elementen die aanleiding kunnen geven voor ideeën/gedachten van kinderen, om vandaaruit te komen tot verschillende onderzoeksactiviteiten. Binnen dit verhaal zijn volgende ‘verkennende’ onderzoekjes mogelijk:

  • Keuze van materialen (verschillende materialenstoffen onderzoeken)
    • Wat is warm/niet warm
    • Wat laat water door wat niet….
  • Focus op onderzoeken met eigen lichaam als verkenning (vb. buiten lopen met verschillende kledingstukken gemaakt uit diverse materialen)
  • Nagaan hoe je de verschillende materialen aan elkaar kunt gaan hechten.
    • Lengte vb. vergelijken van hun eigen sjaal en de lengtes gaan bekijken
    • Bestand tegen regen/wind (eventueel in verband brengen met voorgaande thema’s. Vb. bij Lieselot bouwden ze in een eerder thema al eens kampen met stoffen waarbij de problematiek ‘waterdichtheid’ ook al eens aan bod kwam.
  • Aanleggen van een sjalen-onderzoeksboek: Als inspiratie voor hun ontwerp. Welke sjalen bestaan er allemaal? Dit kan met fotomateriaal, maar zeker ook met sjalen meegebracht van thuis, uit de kledingswinkel…
  • Het aanleggen van een materialenbibliotheek met de verschillende soorten stof. Misschien is er wel een mama of papa die hierover ook heel wat kan vertellen en uitleg kan geven over de verschillende soorten stoffen, of op bezoek in het naaiatelier van één van de ouders.
  • Vanwaar komt de wol? Op bezoek bij een schapenscheerder: Dit kan terug opgepikt worden als het seizoen er is. Dit is sowieso waardevol, ook voor het vastzetten en om er opnieuw mee aan de slag te gaan.
  • Van wol tot draad: Wol verwerken met spinnenwiel. De schapen werden naar school gebracht en liepen 2 dagen op de speelplaats rond.

Vanuit deze verkennende activiteiten kan er gaandeweg een ‘focus’ opgebouwd worden, bv. zelf een sjaal maken die voldoet aan een aantal criteria (vb. 1x rond giraf zijn nek, verschillende kleuren, wol,..) Criteria kunnen dan doorheen de tijd ook aangepast worden. Zo kunnen de kinderen ook het proces verder gaan bijsturen.

  • Hoe kunnen we nu een sjaal maken uit een bol wol?
    • Leren vingerhaken (= techniek aanleren)
    • In het naaiatelier: een lappensjaal daar naaien

(groot)ouders kunnen hierbij zeker betrokken worden! Dit is dan ook écht inspelen op de leefwereld van de kinderen.

  • Hoe krijgen we nu verschillende kleuren? Zouden we zelf wol kunnen kleuren?

De kinderen zijn hiervoor op zoek gegaan naar welke zaken kleur af geven (zowel natuurlijke als niet-natuurlijke materialen)

TIP:
Geef tijd: de kinderen zijn eerst een volledige week aan het proberen geweest met koud water, tot één van de kinderen binnenbracht dat haar mama haar thee in warm water bracht. => Belang van tijd en ruimte en inbrengen van de leefwereld van alle kinderen.

Bij Lieselot hadden ze hierrond al eens gewerkt in een ander thema rond Indianen. Op die manier werd er verder gebouwd op inzichten van een voorgaand thema.

Vanuit de ‘hoofd’onderzoeksactiviteit, kunnen ook nevenactiviteitjes ontstaan, of transfer van hetgeen de kinderen hier leerden naar andere situaties:

  • Welk materiaal kleurt er / welk materiaal kleurt er niet?
    Hoelang moet stof in bekertje hangen vooraleer stof kleurt?
    Als je dat dan wast blijft de kleur dan of niet?
  • Gekleurde stofjes laten liggen op de vensterbank en dagelijks opvolgen
  • Na dit thema werd het ook zomer en gingen de kinderen kampen bouwen op de speelplaats. Om stoffen aan elkaar te verbinden kunnen ze wasknijpers gebruiken. Maar vanuit dit thema kwamen de kinderen tot een beter idee: de doeken aan elkaar naaien. Op die manier blijven de lappen makkelijker aan elkaar hangen bij het bouwen van de kampen.
  • Kinderen leerden in dit thema hoe ze stoffen aan elkaar kunnen naaien, en ervaarden dat bij dun naaigaren de draad soms brak. In een latere activiteit rond ‘bruggen bouwen’ was er opnieuw draad nodig. Kinderen refereerden dan naar het naaigaren dat vaak brak en kozen op basis daarvan voor een dikker en steviger stuk touw.
  • Bij het bouwen van die brug: was er een kind dat bleef steken bij onderzoeken en bouwen en heeft een hele ochtend geëxperimenteerd met moeren en bouten. Kort daarna werkten de kinderen rond de fiets en kwamen deze inzichten rond moeren en bouten goed van pas.

Meer info over het werken met interesses van kinderen:
http://www.creative-little-scientists.eu/sites/default/files/01_Country_Report_Belgium.pdf (page 68-87)

Belangrijke suggesties/tips om mee te nemen!

  • Geef ruimte aan de kinderen om hun eigen onderzoek/interesses verder te gaan ontplooien.
  • Stel ‘open’ vragen en onderzoeksvragen (Hoe kan je …)
  • Lieselot gaf aan dat ze soms ook niet weet waar een thema uiteindelijk zal landen. Soms is het echt interessant om in te spelen op de ideeën van de kinderen. Andere keren is het dan weer de eigen inbreng van de leerkracht.
  • Betrekken van ouders/externen is heel belangrijk, ook in functie van het inspelen op de leefwereld van de kinderen.
  • Inspelen om leefwereld: kracht vb. mama die cakejes mag bakken, thee zetten… . Hiervoor is het belangrijk om ouders ook in een comfortzone te brengen bij de school.
    Dit zou kunnen door bv. om 15u30 de schoolpoort open te zetten en ouders naar binnen laten komen voor bv. een kopje koffie, een extra curriculaire kookactiviteit,…
    Soms ook door in de autochtone gemeenschap gaan spreken (voorbeeld van deelnemers Imans)
    Veel heeft te maken met het stilaan opbouwen van een vertrouwensband.

Dit is een getuigenis vanuit kleuteronderwijs, maar dit kan ook heel inspirerend werken voor het lager onderwijs.

Hier blijkt dan vooral de focus op ‘doelstellingen halen’ en ‘handleidingen volgen’ soms beklemmend te werken. De ‘eeuwige’ problematiek van handleidingen en hoe ermee om te gaan. Het moet wel mogelijk zijn om regelmatig een project te doen waarin ‘onderzoeken’ en ‘ontwerpen’ centraal staan vanuit probleemstellingen die kinderen zelf aanbrengen (zie volgende getuigenis).

Het is belangrijk dat er dan flexibel omgegaan wordt met doelstellingen en moet er de mogelijkheid zijn om jaarplannen ook te wijzigen.

Wanneer je dergelijke STEM projecten analyseert komen er heel wat doelstellingen aan bod. Het kan ook interessant zijn om de doelen van WERO, wiskunde, …  te vertalen op kindniveau zodat ze ook zelfgestuurd hiermee kunnen werken.

 Luik 2: Versterken van eigenaarschap bij leerlingen lager onderwijs/secundair onderwijs – Tijs Verbeke

Om kinderen optimaal eigenaarschap te kunnen geven van de probleemstelling waarrond ze binnen een STEM project kunnen werken, wordt hier gebruik gemaakt van een STEM didactiek gebaseerd op Human Centered design methodieken. Eén van de belangrijkste pijlers binnen STEM is immers het betekenisvol maken van probleemstellingen waarrond gewerkt kan worden.hmcd

We zien vaak in het secundair onderwijs dat men het heel groots gaat zoeken, waardoor de haalbaarheid, de authenticiteit of de realistische component wat verdwijnt.

‘Human centred design’ is een methodiek uit de ingenieurswereld waarbij men noden gaat vaststellen bij de klant en op basis van deze noden komt men tot het ‘ontwerp’ van prototypes die snel afgetoetst kunnen worden bij de klant. Op basis van deze prototypes kan de klant, samen met de ingenieurs, zoeken naar optimalisatievoorstellen en op basis van het steeds cyclisch bijsturen komt men tot een optimaal ontwerp voor de klant (door steeds opnieuw te gaan aftoetsen). De milieubox is daar dus geen goed voorstel van …

Meer info over ‘Human Centered Design’:

www.Designkit.org
https://www.ted.com/talks/david_kelley_on_human_centered_design
https://www.ideo.com/post/design-thinking-for-educators
https://dschool.stanford.edu/dgift
www.innowiz.be.

Binnen een momenteel lopend PWO voorstel van het Expertisecentrum Onderwijsinnovatie VIVES wordt deze methodiek vertaald naar een onderwijscontext, en kan deze dienen als leidraad voor de leerkracht om een STEM project uit te werken.

De methodiek bestaat uit een verloop van 4 fasen (ontdekken, definiëren, ideevorming, concretiseren) waarbinnen de leerkracht op 3 punten controle heeft, nl. bij het schetsen van de context, bij het ‘aflijnen’ van een probleemstelling, en bij het ontwerpen van het prototype.

Het model bestaat uit 2 ‘diamanten’ die telkens bestaan uit ‘verbreden, loslaten’ (1e diamant: ontdekken en 2e diamant: ideevorming) en ‘versmallen, focussen, concretiseren’ (1e diamant: probleem en 2e diamant: oplossingen specifiëren). Het eigenaarschap van de probleemstelling ontstaat dan vooral in de 1e diamant.

Voorbeelden van mogelijke thema’s die bij wijze van try out reeds zijn uitgerold in de praktijk:

Je hoeft het niet altijd ‘ver’ te zoeken, en je kan in die zin vertrekken vanuit reeds bestaande wero thema’s:

  • binnen de context van WO I: Een verhaal over een soldaat, ODON , die een geheime brief moet overbrengen over het front vormt de context waarin probleemstellingen vorm kunnen krijgen: Vb. Hoe een brief verbergen in de kledij van de soldaat (waterdicht, onvindbaar,..)
    • binnen een mundo-thema (= context): Ons winkeltje. Men moet dan een winkeltje gaan maken in functie van de nood van een bevraagde doelgroep. Maar bv. volgend jaar komt dit thema terug. Zouden we een winkelwagentje kunnen maken dat multi inzetbaar is en aangepast kan worden aan de context? Zo kwam men hier tot het maken van een basismodel dat modificeerbaar is in functie van wat men wik verkopen.
  • De milieuvriendelijke school (= context)

Hierbinnen zijn er 1001 mogelijkheden om dit aan te pakken.

Hier kwamen de leerlingen tot een afbakening van een probleemstelling m.b.t. “alles correct in de vuilbak”. Zo kwamen leerlingen tot verschillende prototypes van ontwerpen voor een vuilbak:

  • Een ‘lichtbak’ met silhouet. Iedere keer als je er iets insteekt gaat deze aan
  • Iedere keer als je iets in de vuilbak steekt gaat een muziekje spelen…
  • Breng een dag op school in beeld… Om van hieruit specifieke zaken aan het licht te brengen die leerlingen ervaren als problemen op school.

Momenteel wordt deze case uitgewerkt op de Sint-Augustinus basisschool in Stasegem. We hopen hiervan resultaat te kunnen uitbrengen op het slotevent van 16/05.

Luik 3: Schets masterproefonderzoek rond lerende gemeenschappen – Alexander Casier

Vanuit zijn Masterproef bracht Alexander een aantal elementen naar voor waar hij op wil focussen rond het hanteren van lerende netwerken bij de professionalisering van leraren. Deze voorstelling kwam er om nadien een aantal bevragingen te kunnen afnemen bij leraren.

Advertenties